De rasstandaard volgens de TICA

 

Rasstandaard

Het rasstandaard van TICA (The International Cat Association) geeft uitgebreid aan waar voornamelijk op geselecteerd wordt bij het fokken van de Chartreux. Hier staan de belangrijkste dingen waar op geselecteerd wordt bij het fokken van de Chartreux.

 Hoofd

- Breed aan de basis, goed ontwikkelde schedel, niet bol, met een smalle vlakke ruimte tussen de oren.

- De kaken geven de kop de vorm van een trapezium: breed aan de basis smal boven.

- De neus breed en recht, geen stopneus.

- De snuit is prominent aanwezig in vergelijking met de wangen.

Oren

- Middelgroot.

- Hoog op de schedel zittend zodat de kat een alerte indruk maakt.

- Licht naar buiten uitlopend.

Ogen

- Groot en open, niet te rond.

- De buitenste oogrand licht naar boven oplopend.

- Levendig.

- De kleur diep geel tot diep koper.

- Geen sporen van groen, van waterige of van vervagende kleurtonen

- De kleur moet zuiver zijn. Voorkeur zal gegeven worden aan de meest intensieve kleur.

Lichaam

- Krachtig, vast, gespierd.

- Brede, goed ontwikkelde borst.

- De Chartreux, vooral de kater, heeft een krachtige impressie in verhouding met de grootte.

Benen

- Gemiddelde lengte in verhouding met het lichaam, krachtige spieren, niet te hoog.

- Grote poten.

Staart

- Gemiddelde lengte, in verhouding met het lichaam.

- De staart mag dunner uitlopen, maar met afgeronde tip.

- Kleur gelijk aan de lichaamskleur.

Vacht

- Glanzend en dicht.

- Licht wollig aan de basis, weelderig groeiend. Dubbele vacht waardoor de haren van het lichaam afstaan.

- Alle schakeringen van blauw zijn toegestaan, variërend van lichtblauwgrijs naar een dieper blauwgrijs. Lichtblauwgrijs heeft de voorkeur.

- Uniformiteit in kleurtoon is essentieel.

Neusleertje / voetzolen

- Blauwgrijs.

 

Ongewenste eigenschappen of benoemd als fokfouten

Ongewenste eigenschappen bij een Chartreux zijn in principe het direct tegenovergestelde van de eisen van het rasstandaard.

Mogelijke fokfouten zijn:

 

Neus

Wipneus.

Ogen

Sporen van groen, van vervagende kleurtonen in de ogen of van waterige ogen.

Vacht

1. Witte haren.

2. Te groot kleurverschil tussen onderlaag en toplaag.

3. Tinten, spookmarkeringen, tipping.

4. Bruin of roodachtige tinten aanwezig in de vachtkleur

 

Ongewenste eigenschappen of benoemd als zijnde fouten betreft erfelijke aandoeningen en dergelijke

Ongewenste aandoeningen zijn bij een Chartreux:

- Polycysteuze nierziekte: Een aandoening waarbij met vloeistof gevulde cysten de normale functie van een of beide nieren aantasten.

- Struvietkristallen: Kleine stenen die zich in de blaas van de kat vormen als gevolg van te weinig hydratatie of een te alkalisch dieet. De stenen kunnen de blaas irriteren, de urethra blokkeren en leiden tot nierfalen.

- Luxerende patella: Afgevallen knieschijven zijn soms een probleem dat dit kattenras plaagt. Dit is erfelijk bepaald.

- Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) (hartziekte door verdikte hartspier)

- Polycystic kidney disease (PKD) (cystenieren)

- Tricuspidaalklepmalformatie (afwijking aan de rechter hartklep)

- Urolithiase (urinewegstenen/"blaasgruis") (Feline Lower Urinary Tract Disease) (FLUTD)

- Atriumseptumdefect (lekkage in het tussenschot van het hart)

 

Verbetering en mening over het fokbeleid (TICA), door catterie FlowerPower:

 

Over het algemeen zijn we het eens met het rasstandaard, denk dan aan de uiterlijke kenmerken en zouden wij niets hierop willen aanpassen. Onze aanpassing zit hem meer in de gezondheid van het beestje. Wij vinden dat verantwoord willen fokken de eerste stap is naar een gezonde en evenwichtige kat. Als dit doel is behaald door ons kunnen wij gerust de Chartreux uit sluiten om gevoelig te zijn voor bepaalde erfelijke aandoeningen. Met een uitzondering op FNI ofwel Neonatale isoerythrolyse genoemd bij katten. Wij proberen de kans op deze aandoening te verkleinen door niet te fokken met moederkatten die bloedgroep B bevatten en deze te kruisen met een kater die ofwel bloedgroep A of AB bevat. Dit om de kans op jonge katten met acute Feline Neonatale isoerythrolyse uittesluiten. Dit omdat wanneer er wél wordt gefokt op deze manier de kat 44% aandeel heeft in de aandoening.  Er zijn bepaalde fokkers die dit risico wel nemen omdat zij te weinig vreemde bloedlijnen hebben en er geen andere keuze meer is voor hun. Dit keuren wij voor 100% af. Wij als professionele fokker, testen daarom ook altijd op vorige bloedgroepen om FNI bij onze jonge katten te voorkomen.

Graag willen wij voor nu ook het ontstaan van de blauw-grijze kleur behouden. Dit doen we door onze combinaties goed te veroorloven. Wij zijn bekend dat de aanleg wordt overerft als een autosomaal recessieve eigenschap. Het zwarte pigment eumelanine wordt doormiddel van een zogenaamde ‘verdunner’ verdunt tot een blauwe kleur. Wij weten ook dat wanneer wij teveel recessieve katten doorhouden of hiermee combineren dat wij inteelt aan het opbouwen zijn. Daarom kiezen wij heel bewust tussen onze verschillende lijnen, wat wel of niet kan. Als wij een keer tot de conclusie komen dat het ons niet meer lukt, zullen wij andere keuzes moeten maken, wellicht kruisen? Dit is nu nog niet gewenst maar zal misschien wel de toekomst zijn als wij vastlopen met onze bloedlijnen. Wij zijn van mening dat wie niet probeert ook niets weet en daarom niets kan voorspellen.